ONTGOOCHELD. We hielden de deur, tegen beter weten in, op een kier...
We hielden ons gedeisd, vannacht. De deur stond op een kier, de lamp buiten brandde, al hoefde dat eigenlijk niet, de maan was nog vol van zichzelf en het huis is geen doolhof. Hij kent onze woonst trouwens, een kwarteeuw geleden kwam hij elk jaar langs. Hij was een vertrouwde wintergast. Een beetje zoals het winterkoninkje in de tuin. MAN IN JURK Maar op een jaar bleef hij weg. Zomaar. Hij heeft daarover nooit iets gezegd. Begin van de week maakte hij een passage op het werk en ik dacht nog heel even: ik vraag het hem. Wat neemt hij ons kwalijk? - Maar hij haastte zich voorbij, ik weet niet eens of hij me herkende van toen. - Je gelooft hem toch niet meer, wat moet hij hier dan nog? zei de Vrouw. Ze heeft natuurlijk gelijk. We moeten geen vreemde mannen in huis en zeker niet zo een in zo'n opzichtige jurk, sprak ik voor haar en mezelf. Ze gaf me geen ongelijk. Maar nu ik het overschouw, ook geen gelijk. Ze zweeg. Daar moeten we het straks toch nog eens over hebben, bedenk ik ...