11 JULI. We hadden het vlaggen en haalden toen voorgoed De Leeuw weer binnen...
Het was aanvankelijk niet zo'n fraai beeld. Dat had met de mast te maken. Die was krom. Het was de stam van een jong gestorven populier. Het hele jaar bracht hij horizontaal door - voor een stam niet zo bevorderlijk - maar op 11 juli verrees hij. En toen knakte hij. Populieren zijn alleen bij leven buigzaam, leerden we. We gaven niet op en lieten toen - een innovatieve gedachte is nooit veraf - een metalen mast maken met zo'n vlagophangsysteem. Dat was leuk, de vlag hijsen, dat had wel iets, vonden wij. En het was ook mooi om zien hoe De Leeuw pal naast het huis wapperde. Diep zwart op een fel geel veld. En ze bleef daar wapperen, de vlag, van de zomer naar de winter en weer naar de zomer. Soms mak, maar bij momenten ging ze ook al eens heftig te keer. Vooral 's winters had ze kuren en huilde ze met de wind en hield ons zelfs uit onze slaap. Ze kon een wild beestje zijn... Maar zie, geleidelijk verloor de vlag haar felheid, vooral wat kleur betreft. Het ...