VASTGESTELD. Aan de rand van het bos ontdekte ik midden de jaren zestig al:god is een vrouw
Het is de zon, het zijn de bermbloemen, het is het ongebreideld zingen van vogels, het is de tijd van het jaar - meimaand - die de herinneringen oprakelen. Het schermkruid langs beide kanten van de weg verhinderde niet alleen het uitzicht over de landerijen, het belette me ook dat ik kon zien hoe diep de grachten waren. Ik wist, van in de late zomer, als het schermkruid was weggemaaid, dat ze verraderlijk diep waren. ' s Winters moest je al helemaal uit de buurt ervan blijven, want je kon erin verdrinken, waarschuwde ons moeder. Verhalen van onfortuinlijke zatlappen die door vergeten helden van een doorweekte dood werden gered bleven onbestemd vaag. Bermen en grachten waren te allen tijde te vermijden, was de levensles. Want daar groeien planten die nergens elders worden geduld, daar schuilen beesten die zich nooit op de weg laten zien, kortom, in een berm wacht gespuis. Over ongedierte en bermgespuis hadden we het niet, toen we ergens in mei, mi...