GEZIEN. Herfst: als stilte de uitgelatenheid van de zomer overstemt...
Herfst Het zit in het kraken van een noot In het ritselend vallen en vervolgens in het doffe ploffen op gras van een bolster met twee en een halve kastanje Het groeit in de naar vergankelijkheid hunkerende inktzwammen die uit de krochten van maanloze nachten komen gekropen Het zit in het hout dat spokt van hongerige wormen die geduldig gangen knagen in de ringen van de verlopen tijd Het schijnt in het blinde licht dat tast zonder aan te raken Het spookt in het vuur dat moeders binnenskamers poken Het hangt in de ademnevel van verzonken weiden en van leeg gehaalde akkers die zich in hun overbodigheid strekken Het is zeggen wij dan herfst als we ons weer eens de geur herinneren van bossen waar we nooit eerder kwamen en de verre echo’s horen van bronstige hoornblazers die onzichtbaar blijven Herfst is het als een ingetogen stilte eindelijk de bedwelmende uitgelatenheid van de zomer zwijgend overstemt