GEZIEN. Mol in het land in tijden van vorst
In zijn rouwmantel van doodgraver wroet hij met zijn kromgetrokken graaipoten, onderaards en blind wringt hij zich door de donkere schachten om tegen het ochtendgloren met zijn verkruimeld grondverzet bovengronds door de vorstkorst van beton te breken. Want zie, zegt hij stommelings, zolang er hoop, is er leven