GEHOORD. Aan het ziekenhuisbed van een vader: een wandeling door het landschap van een leven
Hij zat rechtop in de zetel. De ogen dicht. Het gezicht getekend, niet zozeer door rimpels, maar door littekens van een trage, niet bedreigende kanker. Een hand blauw, zwart bijna, gezwollen en geschaafd. Hij schrikt op als ik kuchend de kamer binnenstap. Ik lees schaamte om een gestolen slaap in de blik achter de bloeddoorlopen ogen. GEPIEP 'Vrees niet, ik ben het,' spreek ik met bijbelse tongval. Hij glimlacht. "Het was een vermoeiende dag, de kiné was lastig," zei hij. "Je hoeft je niet te verontschuldigen. Je bent te gast in een ziekenhuis. Slapen mag, het wordt zelfs aanbevolen," zeg ik. Er rammelt een kar voorbij. Een verpleegster loopt er achter aan. Ergens, verderop in de gang, is er iets dat onophoudelijk, secondegewijs piept. Niemand reageert. Misschien, denk ik, piept het alleen in mijn hoofd. Ziekenhuizen zijn werelden op zich, waarvan bezoekers maar zelden iets begrijpen. Er is een logica, er zijn wetmatigheden, er zijn verbanden en afspra...