HERINNERD. Onze gemeentelijke kerststal was er een die zelfs de gelovigen niet wilden...

Onze gemeentelijke kerststal in de jaren zestig: een manshoge wastrommel op een voet. Ze had de schijn van inox, maar misschien was het gewoon goedkoop plaatijzer. Rond dus. Aan de buitenkant blauw. En binnen, onder enkele tl-lampen drie witte figuren, een soort van smalle, aaneengeklitte piramides: twee grote en in het midden een kleine. Wie van de twee grote nu precies Maria was, daar hadden we het raden naar. De kleinste onder de grote, misschien? Over het kindeke was geen twijfel: dat lag - stond eigenlijk - in het midden. Ze leken alle drie van isomo, dat was toen - we zijn in de jaren zestig -  iets nieuws waarvan we vooral wisten dat het vreselijk kon piepen als we daarmee over een raam wreven. Piepschuim dus. Maar daar leek het alleen maar op. Vermoedelijk waren ze uit een zwaardere materie opgetrokken, want de trommelstal is nooit aan het rollen gegaan toen het ging waaien.

MODERNISTISCH OF ZOIETS

Niemand moest die stal. We vonden het alweer typisch voor ons dorp: het leek nergens op. Modernistisch, want een en al transparantie - warm zal het piramidekindje het er niet gehad hebben, het waaide er zo doorheen - , efficiënt - geen gezeul met beelden allerhande -, multi-interpreteerbaar - het heilig gezinnetje als één aaneengesloten blok, het was niemand en het kon iedereen zijn, onherbergzame plek, van alle tijden - en gebouwd uit eigentijdse materialen.
Vergeet het dat iemand het zo kreeg uitgelegd. Wij hebben tot op vandaag niet kunnen achterhalen waar het gemeentebestuur die stal vandaan heeft gehaald. Wij - gelovigen en ongelovigen - die laatsten hoorden we zelden of nooit en als ze al iets zeiden, dan geloofden de gelovigen hen niet als ze al naar die mensen zouden geluisterd hebben - vonden de stal maar niets. Niets om naar te kijken, niets om ons druk over te maken. Ze stond naast het portaal van de kerk, we liepen er achteloos aan voorbij, alleen de ouderen mompelden wat. Iets wreedaardigs, vermoedden wij, want bewust onverstaanbaar.


We hadden ook een moderne kruisweg en de link met de stal was vlug gemaakt. Pas op, misschien was het een kloon van een Picassostal - hoewel, daarvoor waren de figuren te strak. Waren het kubussen geweest, dan had ze alles gehad van het kubisme. Maar een ronde trommel en piramidale figuren hoorden niet thuis in het kubisme. Laat het ons houden op een jaren-zestig-modernisme.


NIEUWLICHTERIJ

Misschien is er ooit een eindwerk over geschreven, misschien zwerft in een van de gemeentelijke archiefkasten nog een 'beknopte toelichting bij cilinder met non-figuratieve kerst-associatieve beelden' of - wie weet - bestaat er zelfs een exegetisch werkje van een priester die zich als een messias van het modernisme wou profileren, maar die na de stal voorgoed onder de christelijke radar verdween.
Ze is verdwenen. Ineens stond ze er niet meer. En missen we haar? We vermoeden van niet. Maar... en dat was dan toch weer het interessante van die stal: met de stal hadden we iets waarmee we ons als dorp konden onderscheiden van alle andere dorpen en steden. En daar pakten we dan wel graag mee uit. Wij hadden een stal die zelfs gelovigen niet wilden. Daar kan de heisa die er nu over gemeentelijke kerststallen wordt gemaakt, niet tegenop.



Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...