HERINNERD. Hoe grootmoeder ons met een speldenkussen wapende tegen pesterijen

Het is geleden van toen kinderen nog ongehinderd door druk verkeer te voet naar school konden wandelen. Wij waren met zijn vijven, bijna een halve eeuw geleden. Te voet, ja, wandelen, neen, slenteren, dat wel. Naast mijn jongere zus waren er ook nog een oudere nicht en twee jongere neven met wie we 's ochtends, over de middag en en 's avonds naar en van school taterend en zonder veel haast kuierden.

Uit het duister

Het was winter, koud en donker toen op een ochtend, niet eens zo ver van huis, van tussen twee gevels ineens een jongen schreeuwend voor ons sprong, ons luidkeels begon te verwijten en - nog net voor hij met zeven haasten weer in het duister verdween - met een brede zwaai onze muts meegriste. Iets verderop vonden we ze in een plas water.
We kenden de jongen, het was er een uit onze klas, een naamgenoot nog wel, maar zeker een kop groter en minstens de helft forser dan wij. Er achter aanhollen kwam niet eens in ons op. Om wat te doen? We waren te klein en te tenger... Vloeken en doen alsof we die gast op school wel de les zouden lezen. Snugger was hij niet, we zouden er wel iets op vinden.

Zwijgen
Maar 's anderendaags 's ochtends was het van hetzelfde en de dag erop weer van dat. Er werd thuis met geen woord over gerept. Want dan zouden er vragen komen over waarom hij dat deed. We vreesden dat het zou eindigen dat ze ons thuis ook nog eens de schuld van dat pestgedrag zouden geven. Dachten we. En dus zwegen we erover.

Anderen
Dat veranderde pas toen andere klasgenoten, die de ochtendlijke pesterijen vanop afstand volgden, onze ouders verwittigden. Een oplossing lag niet voor de hand. Praten met de ouders van de pester... Dat zou het alleen maar erger maken. Want zie, we konden het zelf niet oplossen. En toen kwam grootmoeder, die bij ons inwoonde, ineens op een bijzonder praktische, maar voor de pester hopelijk pijnlijke oplossing.

Prikkend

We hadden er alle geloof in: het zou lukken. Alleen... we hadden moeite die ochtend om ons gedeisd te houden. De kans was groot dat we onszelf iets te nadrukkelijk zouden presenteren om gepest te worden. Gewoon slenteren was ineens een hele opgave. En zie... op ongeveer dezelfde plaats schoot hij weer uit het duister te voor schijn. Dezelfde schreeuw, dezelfde zwaai en...  gevloek, een kreet. De muts viel dof voor onze voeten en weg was hij...
De dagen erop bleef hij uit de buurt en de muts op ons hoofd.
Wat was er gebeurd? Grootmoeder had de bol wol boven op de muts volgestopt met kopspelden. Als hij greep naar de bol, greep hij in een speldenkussen en dat doe je niet zonder gevolgen. Laat ons zeggen dat er bloed is gevloeid, maar met mate en we uiteindelijk triomfeerden dankzij een pragmatische grootmoeder.
Maar dat we dit verhaal, een halve eeuw later, niet zijn vergeten en dat we, telkens als we die gast zien, nog aan die ellendige ochtenden moeten denken, zegt veel over de impact die het  pesten kan veroorzaken.


Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...