GESCHREVEN. Open brief aan Josefien, onze jarige dochter, voor het laatst als twintiger...

Februari 1986. Het was koud, bitterkoud. Zo koud zelfs dat ze in Nederland alweer helemaal ijsgek langs elf Friese steden gingen schaatsen. Ook bij ons vroor het dat het kraakte. En thuis - we woonden klein en helemaal 'vintage' om het met een ouderwets hip hedendaags woord te zeggen - vroor het zelfs bijna de stenen uit de honderd jaar oude muur.  Het ijs stond op de ramen, 's ochtends. Maar binnen was het knus én warm, daar zorgde dat Ardeens houtkacheltje voor. Meer was er niet, meer hoefde niet.

Crisis

Of het in de wereld toen net zo kil was als bij ons buiten, dat weten we niet meer zo goed.We hadden jaren van 'crisis' achter de rug - het woord klinkt jou helaas niet vreemd in de oren - en nog altijd liep er heel veel mis in ons land. De Bende van Nijvel had het jaar voor je geboorte dood en vernieling gezaaid en deed ons land op zijn grondvesten schudden en beven, de regering Martens regeerde met volmachten, er moest immers snoeihard bespaard worden, niet het minst in het departement onderwijs en daar verdienden we toen onze boterham. Later zou de Martens-regering  hopeloos in de knoei raken met de kwestie-Happart. Happart is intussen van het toneel verdwenen, Martens ook, maar de besparingen, je kent de treurzangen intussen ook.

Licht
En toch, toch geloofden we dat het alleen maar beter zou worden. We waren niet naïef, maar we geloofden Martens graag toen hij het had over het licht aan het eind van de tunnel. En zeker nu jij er was. Een meisje dan nog wel. Met hamsterwangetjes. Waren wij trots, dan waren de oma's en opa's dat nog veel meer. Hun eerste kleinkind, weet je wel.
Het licht dat Martens zag, bleef nog even uit. We kregen in het voorjaar eerst nog de Tjernobyl-wolken over ons land. Vermoedden we toen, want regeringsleiders dachten dan nog dat de zaken minder erg waren als ze werden verzwegen. Maar voor de zekerheid vernietigden we op onze akker vlakbij het huis toch maar de verse bedjes veldsla en we hielden toen het 'hovenieren' voorgoed voor bekeken.

Speelsheid

We waren bij je geboorte een jaar jonger dan jij nu bent, maar mocht je ons toen hebben gezien met de ogen van nu, dan had je om ons moeten lachen. Daar zijn we zeker van. We geven het ook grif toe: we waren in die tijd minder ernstig dan de 'toestand in de wereld' dat liet veronderstellen. We hadden een soort van speelsheid en ongedwongenheid in ons waarvoor jullie nu de neus zouden ophalen. We hadden tijd om urenlang de wereld te verbeteren - in eindeloze gesprekken met vrienden, dan toch - en om een toekomst te dromen in een vrije, grenzeloze wereld. Want voerden de Belgen, Nederlanders, Fransen en Duitsers geen gesprekken om de grenzen te slopen? En die Koude Oorlog, die ons als kind ooit zo bang had gemaakt, daar zou toch ook een einde aan komen met Gorbatsjov, die het toen nog vrij ondoorzichtige, maar hoopvolle perestrojka-begrip had gelanceerd? Nee, we hadden er echt heel veel zin in. Jij en de toekomst lachten ons toe.

Schaduw

En kijk, die toekomst is intussen al een beetje verleden en we weten intussen dat elk licht ook schaduw werpt. Het siert jou en jouw generatie dat jullie dat vroeger door hebben dan wij het opmerkten. Jullie ernst waarmee je in dit leven staat, behoedt jullie voor lichtzinnigheid en daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Maar toch, zo durven wij je wensen, geef, nu het nog kan, als twintiger, de speelsheid genoeg ruimte en laat niet toe dat wie of wat dan ook je spontane lach van je gezicht haalt, dat wie of wat dan ook je frisse blik dooft en dat wie of wat dan ook je vrije geest beknot.
Dat wilden we in je laatste jaar als twintiger, voor de zekerheid, nog eens kwijt.


Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...