GEPROEFD. Okkernoten: wie de kern wil smaken, moet de note kraken...

Het stond, golvend, in een eiken schouwbalk gegraveerd, thuis bij een schoolmakker: Wie de kern wil smaken, moet de note kraken. Zijn vader, in een bruine stofjas boven hemd met das, zware bril, zwarte pijp tussen de tanden, liet zelden na ons er met een doorrookte stem belerend op te wijzen. Hij verdacht ons ervan dat we nog maar weinig noten hadden gekraakt in ons jonge leven en dat we dat in de toekomst evenmin van plan waren. Dat hij misschien gelijk had, vonden we toen nog geen reden om hem dat gelijk ook te gunnen.

Er haperde iets aan de spreuk, vond ik, toen en nu nog altijd. de vrucht wil smaken, moet de note kraken, leek me een beter alternatief. Omdat het een heel karwei was om dat in die eiken balk te corrigeren, zweeg ik erover, toendertijd.
Het woord 'kern' vond ik net zo passend in die zegswijze als een tijdloze keukenstoel in een 19de eeuwse huiskamer. Wie

Ik dacht eraan toen ik van het weekend in de tuin noten aan het rapen was. Er lagen er meer dan ik had verwacht. De notelaar droeg zijn vrucht dit jaar vrij onopvallend. Dat komt omdat een welig tierende klimopplant vrijwel alle takken onderaan heeft ingepalmd. Bij elke windstoot vlogen er noten met een harde klap op het tuinhuisdak van mijn zus. De notelaar stamt trouwens van de oude notelaar die er jaren geleden stond en die uiteindelijk sneuvelde. Verderop staat er nog een jonge, manshoge scheut die dit jaar voor het eerst vrucht draagt. Aan noten zullen we nog niet zo gauw gebrek lijden.

Dat was ooit anders. Thuis, bij mijn ouders,  hadden we geen notelaar. Enkele klasgenoten hadden die wel, thuis of bij hun grootouders - op boerderijen hadden ze toen nog vaak een hoogstammige boomgaard en daar de notelaar zelden. Die jongens kwamen naar school, met hun zakken vol noten, die ze te pas en te onpas kraakten. Hun handen en vingers kleurden bruin van het bolstersap dat zich maar moeilijk liet wegwassen. God, wat waren wij jaloers dat zij mateloos noten konden kraken en proeven. We snakten naar noten, maar het was ondenkbaar dat we die bij de groenteboer - een oom - zouden kopen. Te duur. 

Van noten worden we slim, praamden we tegen moeder. Van studeren ook, luidde haar antwoord. Daar was weinig tegen in te brengen. Langs de  inmiddels verdwenen kerkewegel waarlangs we naar school liepen, stond er een notelaar. Sommige jongens durfden het aan om op dat stukje niemandsweide de noten te rapen, maar wij waagden ons daar niet op. Bang dat we er zouden weggejaagd worden of dat iemand uit de belendende huisjes ons voor dieven zou uitschelden. Stel je voor dat ze bij ons thuis kwamen zeggen dat we noten hadden gestolen...

Dat we van noten eten slim zouden worden, leidden we af uit de vorm van het vruchtvlees natuurlijk. Dat zag
er in de dop precies uit als onze hersenen. Dachten wij. Dat noten om diverse redenen gezond waren, daarover werd toen niet zo vaak als nu gerept. Gezond eten was toen geen gespreksonderwerp. Mensen wilden doordeweeks vooral voedzaam eten, betaalbaar en vlot bereidbaar. Op zondag mocht het eten behalve voedzaam ook lekker smaken.

Waaraan een mens al niet denkt, terwijl hij op een zondagochtend noten raapt, dacht ik. Onvoorstelbaar hoe zo'n boom op enkele maanden tijd erin slaagt om honderd- en misschien duizendvoudig zulke harde doppen uit bloesemslierten weet te maken. Onvoorstelbaar hoe die wortels het materiaal daarvoor jaar na jaar uit de grond weten te halen en dat kunnen omzetten tot hard hout, tot olierijke bolsters en tot dat heel vreemd hersenachtig gekronkeld vruchtvlees.





Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...