BELEEFD. Kermis in het dorp: nostalgie naar wat nooit was...

Het overvalt ons elk jaar weer. Zodra de foorkramers het dorpsplein achter de kerk oprijden, heeft het ons in zijn greep. Nostalgie. Naar de jaren - ver achter ons intussen - wanneer het neerstrijken van zo'n kermis in het dorp nog een gebeurtenis was. Voor ons, dan toch. Misschien is dat net zo voor de kinderen van nu.

VERRADERLIJK SPOOK

Maar nostalgie is een verraderlijk spook dat niet alleen herinneringen naar boven haalt waarvan we niet eens (meer) wisten dat we ze ergens hadden opgeslagen, maar het aarzelt ook niet om ons herinneringen op te solferen aan evenementen die we nooit hebben beleefd, aan gesprekken die we niet hebben gevoerd of aan mensen die we nooit in deze of gene omstandigheden hebben ontmoet.
Is dat anders met onze herinneringen aan de kermis? Dat we een hekel hadden aan de paardjesmolen-zonder-paarden? Te kinderachtig, vonden wij. Op kleuterleeftijd dan nog wel. We hebben het van ons moeder, die wel eens vertelt over die jaren.

EENDJES VISSEN

We wonnen wel eens wat. Aan het viskraam bijvoorbeeld. We waren kinderen van de Koude Oorlog en waarschijnlijk stimuleerde die tijdsgeest ons om steevast te kiezen voor wapens als speelgoedtuig: een plastic pistoolje waarvan de projectielen met een zuignappen, 4. kaliber waren uitgerust. Of een handboog in namaakhout, waarvan de pijlen met kleurrijke zij-veren waren uitgerust. Het speelgoed overleefde zelden de wandeling van het kerkplein naar huis. Het blijft natuurlijk wel de vraag waarom we dat kraam steevast het viskraam noemden. Er was geen vis te bekennen, terwijl het vissen niets anders was dan gele plastic dobbereendjes aan de haak slaan.


MAGISCHE BOKSAUTO'S

Dé plek waar we naderhand zijn wilden, was natuurlijk de boksauto's. Dat was voor alle leeftijden, behalve voor kleuters. Maar, volgens de ouderlijke overlevering, waren wij als kleuter niet weg te slaan van het schietkraam - ons hoofd reikte niet eens boven de 'toog' van het kraam - en van de boksauto's.
Maar meer dan een attraktie werd dat boksautokraam gaandeweg een magische plek waar kameraadschappen werden gesmeed en aan flarden gereden, waar we als verliefde pubers strategische ritten planden die steevast mislukten. Het summum voor de autobokspiloot bestond erin om achteloos met één hand te sturen, terwijl de andere arm nonchalant over de leuning hing van het zitje naast dat van de chauffeur. Om vervolgens op die manier, hoofd halvelings naar achteren, met voorgewend zichtbaar gemak, achterwaarts rond te toeren en bij verrassing uitgerekend tegen die auto's te boksen waarin de rivalen zich bevonden of waarin het meisje zat op wie wij ons oog hadden laten op vallen maar van wie dat geen moer kon schelen en die ons hoogstens een hautaine vernietigende blik toewierp.

DE RUPS

Er was indertijd nog een kermiskraam waar legendarische roddels ter wereld kwamen: de rups. Een treintje was dat, dat halfweg de rit, een zeildoek over zich kreeg en zo de vorm aannam van een rup. Een donkere plek  - onze eerste en laatste dark room - werd het dan ineens, waar veel kon, verbeelden wij ons. Maar als dat al zo was, dan gebeurde dat vooral nooit als wij mee spoorden. Er was niets te zien en de sensatie bleef beperkt tot het lege gevoel van 'hier gebeurt nooit eens iets'...
De rups is veel later, vermoedelijk toen ze al overrijp was voor de sloop, niet geheel roemloos aan haar eind gekomen. Ze haalde de krant toen ze, geheel leeg, op een nacht op ons dorpsplein uitbrandde. We vermoeden dat een deel van de spuitgasten toen niet alleen het kraam maar ook een stuk boulevard of broken dreams blusten.
van hun



Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...