UITWUIVEN. Dertig is hij, bijna en toch zagen wij weer het kleine jongetje dat voor het eerst de speelplaats opstapt...

Luchthaven Zaventem. De vlucht naar Dubai en vervolgens naar Adelaide heeft geen vertraging. Voor ons staat een bijna-dertiger, een kop groter dan wij, hij houdt het overzicht, waakt over zijn koffers, wijkt nauwelijks van zijn vriendin en lijkt weinig last van nervositeit te hebben. We kijken hem aan, verliezen hem niet uit het oog, om maar niets te moeten missen van zijn mimiek, van wat hij denkt en zegt en gebaart en toch, toch gaan op dat zelfde moment duizend-en-een filmrollen aan het draaien in ons hoofd.
Het is niet fraai, uitgerekend nu, nu hij voor een vol jaar Vlaanderen ruilt voor Australië. Het hoort eigenlijk niet, maar de beelden tollen eigengereid in dat warrig hoofd van ons. Ach kijk, we zien ineens het kleine, fragiele jongetje dat met rustige pas voor het eerst over de speelplaats stapt, zonder ommezien. Aan de hand van zijn zus. We worden ineens weer net zo week als toen, die eerste schooldag.

CALEIDOSCOOP

Ach, we zien zoveel passeren. De beelden tuimelen over mekaar. Vergeten scènes. Een close-up van het jongetje dat opgaat in zijn lego-spel, van een koppig wroetertje, van de ongemeen boze knaap, fragmenten vol van de onvervalste verontwaardiging over een onterechte straf, van de gewiekste samenzweringen tussen broer en zus, we zien ineens hoe hij als knaap manhaftig achter de grasmaaier loopt, we herinneren onze ergernissen over de nonchalance waarmee hij onze bekommernissen weglacht,  en kijk, ineens is hij die computer-nerd die sloom wakker wordt onder de tafel op de lanparty van jaren geleden, we zien hem door en door zat strompelen na zijn eerste oudejaarsavondfuif, we ontwaren zowaar de trots van op de proclamatieavond op de unief.  Er is zoveel, in dat hoofd van ons, te veel, uitgerekend nu we hem willen zien zoals hij is: kalm en rustig, ongedwongen gekscherend.


VOGELS VLIEGEN ALS JE ZE LOSLAAT

Doen we de persoonlijkheid van onze kinderen onrecht aan door in hen - wie en wat ze ook worden - altijd het kind te zien dat ze ooit waren? Of is het net een zegen voor ze dat we weten - wie of wat ze ook worden - dat ze altijd onze kinderen zijn en wij er altijd als hun ouders zullen zijn? We weten het niet.

Je moet je kinderen loslaten, zeggen ze. En dat doen we. Dat lukt, zeggen we. Maar het best van al als ze in de buurt blijven, weten we nu. 
Hij is vertrokken. Voor een jaar. Een jonge arts naar een nieuwe wereld. Het ga je goed, jongen, zeggen we, terwijl we al aan het aftellen zijn en ons proberen het ogenblik van zijn terugkeer voor te stellen. We verslikken ons, onze woorden struikelen en bereiken hem al niet meer... Loslaten. Ze hebben vleugels, die jongeren. Ze kunnen vliegen. Als ze daartoe de ruimte krijgen. Vogels vliegen als je ze loslaat, ze vallen niet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...