GEDACHT. Pleidooi voor de herwaardering van de grijze stofjas...

Het wordt de hoogste tijd, vonden wij, voor de herwaardering van de grijze stofjas. Wat zegt u? Dat u zich niet kunt herinneren waar en wanneer u voor het laatst een stofjas zag? Dat willen we best aannemen. Wij moeten voor een laatste beeld ervan ook al heel diep terug, ergens in de achterkamers van ons geheugen.

EEN KEUKENRELIEK

We dachten eraan toen we voor de zoveelste keer een smeulend kruimeltje tabak op ons overhemd lieten  reuzelen. Een gat in het hemd is dan niet meer te mijden. De voorbije drie weken hebben we zo vier overhemden naar de verdoemenis geholpen. Stoppen met roken is één optie, maar er is een andere: we halen de stofjas van onder het stof. Onze overhemden houden we probleemloos een dag lang netjes en gaten in een stofjas branden, dààr is meer voor nodig dan een kruimeltje tabak.

Nu weten we wel uit de geschiedenislessen dat ideeën sneller bedacht dan gerealiseerd worden. Zoek maar eens een stofjas. Niet meer te vinden. Wanneer is ie eigenlijk uit het zicht verdwenen? Het gebeurde geruisloos. Er was geen item in het journaal, we lazen er niet over in de krant, er verscheen nergens een bericht waarin officieel werd vastgesteld dat de stofjas - de  kiel zoals wij hem in het dialect noemden - of dat de schort voorgoed weg was. Alleen in  de keuken is een reliek ervan overgebleven: halve schorten waarin mannen uit traditionele middens zich hoogstens op feestdagen overgeven aan dure kunstjes die vrouwen tijdens de week haast met achteloos gemak uitvoeren.

De stofjas is het toonbeeld van wat verloren ging: de bescheiden ernst

De teloorgang van de stofjas is, zo ervaren wij dat nu, een pijnlijk verlies. Hij was het toonbeeld van bescheiden ernst, zo'n stofjas. Hij droeg iets ritueels in zich: het aantrekken van de stofjas betekende dat men op een informele wijze klaar was voor de klussen. Kijk, zo liet de stofjas verstaan, we kunnen met het kleine werk beginnen. Voor het grote, het echt professionele werk waren en zijn er overalls.

We herinneren ons hoe onderwijzers op de lagere school en zelfs de leraren van het lager middelbaar op maandagochtend uit hun boekentas een kraaknette, strak gestreken stofjas haalden. Met geijkte gebaren werd de jas opengevouwen en vervolgens met enige plechtstatigheid aangetrokken. Zelfs de riem die keurig opgerold in de rechterzak van de stofjas stak, was gestreken. Die riem was niet onbelangrijk: we hadden toen ook stofjassen met een rij knopen, maar dat vonden wij toen ouderwets.

KARAKTERLOOS




Grijs waren ze wel, die stofjassen. Soms beige, maar meestal grijs of grijsblauw. En vermoedelijk heeft dat kleur, of beter,  het gebrek aan kleur, ze finaal helpen sneuvelen. Er kwam een tijd waarin niemand zich nog wou profileren met grijs. Grijs stond voor het uitvlakken van kleur, voor de tintloze nuance, voor het karakterloze compromis.

En dan staan we daar nu, in onze homewear, met vaak afzichtelijke slogans die het cynisme of de naïviteit van onze borst schreeuwen. En alsof dit nog niet volstaat, laten we ook onze huid met graffiti en de gekste monstertekeningen bedrukken. Geef toe, met die homewear valt niets aan te vatten en precies dat, denken wij kwaadaardig, bepaalt allicht het succes ervan.

En aldus geschiedde het dat wij ergens diep in een schuif van een verre kleerkast onze stofjas van weleer bovenhaalden. En we haasten ons om te zeggen dat de jas gekrompen is, voor iemand anders beweert dat...
 

Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...