HERINNERD. Vastentijd en hoe een marketeer-pastoor ineens de mis-spaarkaart lanceerde...

Ze waren met velen, een halve eeuw geleden. En er waren er van allerlei slag. Wij hadden op onze parochie een medepastoor die toch wel wist hoe en aan wie hij zijn geloof het best kwijt kon. Of beter: hoe en aan wie hij het best kon delen. Want we veronderstellen dat hij het zelf ook behield. Hij aarzelde niet om in het ene socialistische café dat ons dorp rijk was aan de toog hét en waarschijnlijk vooral ook andere woorden te verkondigen. Tot onze dokter-burgemeester van de oer-christelijke formatie uit die dagen - CVP - hem daarover met een typisch tsjeven-dreigement aansprak.

EENVOUDIG EN DOELTREFFEND
Maar daarover gaat het nu niet. We hadden het over de vastentijd en het eenvoudige, maar niettemin bijzonder doeltreffend middel dat de medepastoor had gelanceerd om de kinderen van de lagere school dagelijks naar de mis te krijgen.

Het was hét systeem dat ook winkels toen al hanteerden om klandizie te lokken én te behouden: de spaarkaart. Wie iedere ochtend om 7 uur de gelezen mis - dat was de korte versie van de gezongen mis, zonder zang dus -  bijwoonde, kreeg bij de communie een stempel op een speciaal ontworpen veertigdagenspaarkaart.

TIEGEMBOS
Een volle kaart gaf je het recht gratis mee te reizen op een daguitstap in de paasvakantie. Wat wij ons herinneren was dat die uitstap niet naar het toenmalige Dadipark ging, maar wel naar Tiegembos, waar er al met al niet veel te beleven viel. Maar dat wisten we dus pas nadat we iedere ochtend om kwart voor zeven anderhalve kilometer te voet, door weer en wind, richting kerk waren gestapt. Het systeem werkte, want waar anders vermoedelijk maar een handjevol mensen in die vroegochtendlijke weekmissen aanwezig was, waren wij er met tientallen leerlingen van de basisschool.

ZUIL VAN ROOK
Overigens... wie de ochtendmis niet haalde, had 's avonds om 7 uur nog een kans. Toch hadden wij een voorkeur voor die ochtenden. Omdat het zonlicht dan net schuin door het hoge brandglasraam aan de koorzijde de kerk binnenviel.  Zodra de misdienaar het  vuur in het wierookvat had aangewakkerd, werden de lichtstralen zuilen van rook die ons, met de zachte cedergeur van de wierook nog verder weg leidden van wat ons straks op school weer te wachten stond. En toen, naar het einde van de vastentijd, in de laatste week voor Pasen, de passieverhalen eraan kwamen, keken wij op de  experimentele kruisweg van Notebaert - waarop Jezus als een tot op het been uitgemergelde wanstaltig wrak was afgebeeld - recht in het afgrijselijke gezicht van het lijden en het afzien en wisten we dat wij het net zomin als Hij zouden overleven mocht het ons overkomen om zo'n kalvarieweg te gaan.

ZWARTE VLEK
Bij de start van de Vastentijd, op Aswoensdag, was haast iedereen er in de mis. We gingen daarna allemaal 'getekend' naar school, naar het werk, naar huis. En niemand haalde het in zijn hoofd om het zwarte askruisje - of wat daarvoor moest doorgaan - in de loop van de dag van zijn gezicht te halen. Ook onze 'meester' voor de klas liep de hele voormiddag met zo'n zwarte vlek op het voorhoofd. Hoe vreemd en komisch dat ook was, niemand waagde het om daarover een opmerking te maken, laat staan om er mee te lachen. We hadden immers allemaal wel ergens een zwarte vlek.

Reacties

Populaire posts van deze blog

GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...