MOEDERDAG. Moeders zijn de voorjaarszon in een mens zijn leven...


"Een verwend nest, dat was je", hoor ik wel eens van anderen als ik vertel hoe ik als tiener aan de ontbijttafel nooit boterhammen at voordat mijn moeder ze had gesmeerd. Met boter en perensiroop. Zelfs als een klant moeder in haar winkel aan de praat hield, wachtte ik geduldig tot ze weer in de keuken was.
"Dat zou je nu niet meer moeten proberen", zei een verpleegster, zichtbaar verontwaardigd. Ze sneed de boterhammen van wijlen mijn vader toen hij in het ziekenhuis verbleef.
"Nee," zei ik. En ik twijfelde. Of ik nu al of niet beschaamd hoefde te zijn over dat tienergedrag van me eertijds.
En nu weet ik het.  Nee. Ik hoef me er niet over te schamen. We werden niet verwend.

RITUELEN


En dat boterhamsmeren dan? Toegegeven, we vonden het heerlijk. Maar toen we het huis uit waren en gingen we als vanzelf zelf smeren.
Ze hebben dus ongelijk, zij die ons, omwille van dat boterhamsmeren, een verwend nest noemen. Weten zij veel dat het om een gekoesterde gewoonte ging, die zijn oorsprong had in een inmiddels verdwenen ritueel. Dat van het aansnijden van het brood, lang voor er broodsnijmachines in bakkerijen en huishoudens te vinden waren. Het was een klein spektakel. Het brood nam mijn moeder met haar linkerhand tegen de borst, terwijl ze met de rechterhand dat vervaarlijk, lang, getand mes door het brood haalde. Als het brood nog niet eerder was aangesneden kreeg het de zegen, in de vorm van een kruisteken dat met het mes op de onderzijde van het brood werd getekend. En dan volgde als vanzelf het smeren.

DOSEREN

Wees maar zeker, moeders weten hoe ze hun zorg moeten doseren, daar zijn ze onnavolgbaar in. Mannen en vaders maken het doorgaans op het verkeerde moment of te bont of te saai en te serieus. Kinderen krijgen er kop noch staart aan. Vaders - zo was dat toch in onze kindertijd - waren er om de grote momenten nog groter en onvergetelijker te laten glanzen, maar moeders waren er altijd, ook als de glans al lang was verdwenen. 

IN DE WAAN

Moeders kennen ons, vaak beter dan wij onszelf kennen, al zullen ze dat maar zelden laten merken. Ze veinzen wel eens dat ze ons niet begrijpen, terwijl ze ons en onze intenties vaak al van op afstand doorhebben. Maar ze laten ons in de waan tot we zelf onze eigen illusies doorprikken.
Met hun speekselzalf, hun veldapotheek, hun eigenwijze diagnoseleer, hun Bond-zonder-Naam-wijsheden hielden ze dokters buitenshuis en genazen ons van alle kleine kwalen en etters.
Moeders zijn de voorjaarszon in een mens zijn leven: een milde kracht, een niet verblindend licht en warmte die niet verschroeit maar koestert. Ze zetten ons op de wereld, elke dag weer, een leven lang.

Reacties

Populaire posts van deze blog

OPGEMERKT. Voor het eerst weer dagen zonder...