GEHOORD. Aan het ziekenhuisbed van een vader: een wandeling door het landschap van een leven

Hij zat rechtop in de zetel. De ogen dicht. Het gezicht getekend, niet zozeer door rimpels, maar door littekens van een trage, niet bedreigende kanker. Een hand blauw, zwart bijna, gezwollen en geschaafd. Hij schrikt op als ik kuchend de kamer binnenstap. Ik lees schaamte om een gestolen slaap in de blik achter de bloeddoorlopen ogen.

GEPIEP

'Vrees niet, ik ben het,' spreek ik met bijbelse tongval. Hij glimlacht. "Het was een vermoeiende dag, de kiné was lastig," zei hij.
"Je hoeft je niet te verontschuldigen. Je bent te gast in een ziekenhuis. Slapen mag, het wordt zelfs aanbevolen," zeg ik.
Er rammelt een kar voorbij. Een verpleegster loopt er achter aan. Ergens, verderop in de gang, is er iets dat onophoudelijk, secondegewijs piept. Niemand reageert. Misschien, denk ik, piept het alleen in mijn hoofd. Ziekenhuizen zijn werelden op zich, waarvan bezoekers maar zelden iets begrijpen. Er is een logica, er zijn wetmatigheden, er zijn verbanden en afspraken waarvan  alleen zieken, schoonmakers,  verpleegsters en dokters weet hebben.

EEN WANDELING

"Het eerste ziekenhuis was het militair hospitaal," herinnert hij zich van zeventig jaar geleden. "Een knobbeltje in mijn hals knelde een zenuw waardoor mijn voet verlamde," vertelt hij. "Ik werd van de Dossin-kazerne in Mechelen overgebracht naar het hospitaal in Brussel. En voor de operatie moest ik naar het Jules Bordet-instituut in Brussel. Na mijn herstel mocht ik naar een kazerne in Luik. Ik was kapot toen ik van het station in Luik te voet naar de kazerne moest..."
De details van het verhaal waren me niet bekend."Mijn vader en zijn broer bezochten me in Brussel. Op een dag dat ik het echt niet meer zag zitten. Ik zei haast niets. Achteraf realiseerde ik mij hoe complex die reis voor hen moest geweest zijn. Voor het eerst met de trein naar Brussel, vervolgens naar het militair hospitaal...."
Het tijdeloze gesprek aan het ziekbed wordt een wandeling door het landschap van mijn vaders leven.

MANILLEN

We komen op plaatsen die vertrouwd zijn - de vijver met eenden en de waterhoenkweek, de oude boomgaard - en lopen voorbij bossen en plantsoenen die donker en gesloten blijven, we blijven 'plakken' in herbergen en in feestzalen - "na de repetitie van 't muziek 'manilden' we steevast twee partijtjes" - , we slenteren voorbij gevels waarachter we bekenden horen orakelen - "dat was diegene die tegen zijn vrienden die bij hem 's avonds op bezoek waren zei, als hij de discussies beu was:  babbel maar voort en als ge niet meer weet wat gezegd, doe het licht uit en trek de deur toe, ik ga slapen...", we kuieren over het kerkhof en passeren langs graven waaruit de doden opstaan en een eind met ons meelopen, vertellend ook. We landen uiteindelijk thuis.
"Hoe het met moeder is?", vraagt hij. Hij belt haar iedere avond, precies om kwart voor acht.

Ik neem De Tijd.vanop het bed en leg de krant op tafel.  "Tijd heb ik nu, om 'm helemaal te lezen. Het aandeel van het bedrijf waar ge werkt, blijft het goed doen", zegt hij. Dat is, vermoed ik, geruststellend.



Reacties

Populaire posts van deze blog

OPGEMERKT. Voor het eerst weer dagen zonder...