GEZIEN. Over de tento Winkels van weleer in Winkel en over hoe ons geheugen als een fout afgestelde zeef werkt...

Het waren er geen tien, maar misschien wel twintig. Of meer. Zoveel winkels in ons dorp waar we ooit zo niet dagelijks dan toch meer dan geregeld langs liepen en waar we tot op vandaag niet of nooit meer aan denken. Ons geheugen werkt als een slecht afgestelde zeef, denk je dan. Zodra iets uit het straatbeeld verdwijnt, lijkt het haast vanzelf ook plaats te maken in ons hoofd.  En het verraderlijke hiervan is dat het vergeten geen leegte achterlaat: we weten doorgaans niet wat we vergeten zijn.

EXPO

En toch zijn we de beelden, de herinneringen niet kwijt. Dat is dan weer het bijzondere van dat soort vergeten. We hoeven slechts een trigger, een aanleiding, een aanknooppunt, een uitspraak, een beeld en geleidelijk gaat ergens in ons hoofd een archiefschuif open en komen mensen, stemmen, huizen, gesprekken weer naar boven.
Moeder met mijn zus en ikzelf in het portaal van de winkel
Het is wat we meemaakten op de expo van de Winkelse heemkundige kring van het weekend in De Link. Alle winkels die Winkel ooit rijk was, waren er te zien. In de meeste gevallen ook met een portret van de winkeliers. De tentoonstelling leverde ons een 'virtuele wandeling' langs de tochtgaten van ons geheugen. Op meer dan een hoek van die wandeling bleven we dralen en luisterden we naar de gesprekken van de andere 'wandelaars' en dat hielp allemaal om ons weer een en ander uit het echte Winkel van jaren geleden voor de geest te halen.

NABORS, THOEMASSENS...

Nabors, Manskes, de Welvaart, Seurinkskes, Thoemassens, met de namen kwamen de mensen en met de mensen de anekdotes. Hoe mijn zus en ik op een donderdagavond na schooltijd van de bibliotheek kwamen en bij Nabors in de verleiding kwamen om toch eens aan de kauwgomautomaat te draaien, die er buiten op de stoep stond. Met het geld dat we voor de bib mee hadden maar dat we hadden opgespaard. En hoe, tegen dat we twintig minuten later thuis waren, moeder al was ingelicht. Wij hadden zelf een winkel thuis en het kon toch niet dat wij bij een andere winkel aan zo'n buitenautomaat snoep kochten. Het kon niet anders, moet de 'tipgever' gedacht hebben of we deden iets dat we niet mochten. Wie de tipgever voor ons moeder was, werd nooit verteld. Maar we zouden het in elk geval nooit meer proberen, zo kwaad hadden wij ons moeder niet eerder gezien. Het dorp was nog een sociaal netwerk, toen. En dat had niet alleen maar voordelen...
Op de expo van de heemkundekring
Of hoe we voor de etalage van Urbain Gheysen, de electricien die zoveel elektrische installaties provisoir installeerde, dat we hem Urbain Provisoir noemden, hoe we dus voor zijn etalage naar de eerste televisie gingen kijken en ons afvroegen waar al die 'sneeuw' dan wel viel als er niets anders te zien was op die schermen...


GEHAKTBAL

We liepen dagelijks op weg naar school langs de likeurhandel van Jozef Vansteenkiste - geen al te gemakkelijk uitziende man, ondervonden wij toen - en bij de oude madammen van Seurinkskes - vlak tegenover dat grote spookhuis achter tralies van Verloo's -  plakten de snoepen aan elkaar. Geen idee hoe we daar ooit binnen zijn geweest.
En dan Thoemassens - slagerij Thomas dus, nu slagerij Luc - daar kregen wij als kind  een bal gehakt in plaats van een snoepje. Een bal gehakt die de slager dan met wat show in zijn handen draaide. We weten nu nog hoe dat gehakt van toen smaakte.
De ene anekdote roept de andere op...  en ooit verdwijnen ze. Maar niet zo lang de heemkundekring ze verzamelt en laat zien.

Heemkundekring Wynckel-Capelle heeft ons en veel andere Winkelnaren alweer een dienst bewezen met zo'n tentoonstelling. We zien uit naar het jaarboek over de winkels van weleer!

Reacties